In welke maanden waait het het meest in Nederland?

Foto van Jasper & Michael

Jasper & Michael

Thuiswindmolentje.nl

wind-waait

Inhoudsopgave

Wie in Nederland woont, weet: het ene seizoen waait een stuk harder dan het andere. Volgens gegevens van het KNMI zijn de wintermaanden december, januari en februari de absolute toppers qua wind. Ook de herfst doet aardig mee: vooral oktober en november staan bekend om stevige stormen en langdurige westerwinden. In de zomer valt de wind juist flink terug, met juni, juli en augustus als de rustigste maanden.

Dat verschil merk je direct als je een kleine windmolen in de tuin of op je erf hebt. In de winter produceert de molen vaak op volle kracht, terwijl hij in de zomer soms nauwelijks boven de minimumsnelheid uitkomt. Maar hoe groot dat verschil precies is, en of jouw locatie gunstig is, dat vraagt om wat meer uitleg.

 

Hoe wordt wind gemeten?

Windsnelheid wordt meestal uitgedrukt in meters per seconde (m/s). Voor een thuiswindmolen zijn vooral twee dingen belangrijk:

  • De cut-in speed: dit is de minimale snelheid waarop de molen begint te draaien en stroom te leveren, vaak rond de 3 m/s.

  • De gemiddelde jaarsnelheid: hoe hoger dit getal, hoe meer kans dat je molen rendabel wordt.

Leuk detail: de energieopbrengst neemt niet lineair toe, maar exponentieel. Dat betekent dat een verdubbeling van de windsnelheid ongeveer acht keer zoveel energie kan opleveren. Oftewel: een klein verschil in locatie of seizoen maakt een wereld van verschil.

 

Waar in Nederland waait het het meest?

De hoeveelheid wind verschilt niet alleen per maand, maar ook sterk per regio.

Kustprovincies (Zeeland, Noord-Holland, Friesland, Groningen)

Hier waait het structureel harder. De open ligging en de invloed van de Noordzee zorgen voor een constantere en hogere windsnelheid. Een thuiswindmolen levert hier aanzienlijk meer op dan landinwaarts.

Randstad en Zuid-Hollandse eilanden

Ook deze regio’s profiteren van de zeewind. Wel kan bebouwing of stedelijke drukte voor turbulentie zorgen. Zet je je molen in een open polder, dan zit je goed. Plaats je hem tussen hoge gebouwen, dan valt de opbrengst tegen.

Binnenland (Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant, Limburg, Overijssel)

In het binnenland zakt de gemiddelde windsnelheid vaak een paar meter per seconde lager. Vooral in de zomer kan de productie teleurstellen. Toch zijn er uitzonderingen: een molen aan de rand van een open weiland of op een hoger punt kan verrassend goed presteren.

Waddengebied en Texel

Een categorie apart. Hier is de windkracht vaak spectaculair hoger en constanter. Voor kleine windmolens is dit zo ongeveer de droomlocatie: veel draaiuren, weinig onderbrekingen, en dus een veel kortere terugverdientijd.

Krijg als eerste een seintje wanneer de eerste rendabele windmolen op de markt komt!

Wat betekent dit voor de opbrengst?

Een windmolen draait pas rendabel als hij voldoende uren per jaar boven de cut-in speed uitkomt. Hoe harder het waait, hoe beter.

  • In de wintermaanden kan een molen aan de kust soms twee keer zoveel stroom leveren als in juli of augustus.

  • In het binnenland is dat verschil nog groter, omdat de wind daar in de zomer echt inzakt.

Rekenvoorbeeld

Stel, je plaatst een kleine windmolen van 2 kW:

  • Aan de kust: gemiddelde opbrengst rond de 4.500 kWh per jaar. Dat is genoeg om bijna een heel huishouden van stroom te voorzien.

  • In het binnenland: vaak slechts 2.000 tot 2.500 kWh per jaar. Dat betekent dus dezelfde investering, maar een terugverdientijd die bijna twee keer zo lang kan zijn.

 

Praktische tips om meer uit de wind te halen

  • Kies de juiste hoogte: hoe hoger de mast, hoe minder last van obstakels zoals bomen en gebouwen.

  • Let op de omgeving: een vrij veld of open polder is ideaal, een bosrand of bebouwde wijk niet.

  • Combineer slim: een windmolen levert in de winter het meest, terwijl zonnepanelen in de zomer pieken. Samen vullen ze elkaar perfect aan.

 

Conclusie

De meeste wind in Nederland waait in de winter en aan de kust. Voor de rendabiliteit van thuiswindmolens zijn dit de drie belangrijkste factoren: locatie, hoogte en seizoenspatroon.

Woon je in een kustprovincie of op een open terrein, dan is de kans groot dat je investering sneller rendeert. Sta je midden in het land, omringd door bomen of bebouwing, dan is het verstandig eerst goed te berekenen of de opbrengst opweegt tegen de kosten.

Wil je weten hoe gunstig jouw plek is? Het KNMI publiceert per regio en per maand duidelijke overzichten van gemiddelde windsnelheden. Daarmee kun je een realistisch beeld krijgen van wat je mag verwachten van een thuiswindmolen in jouw situatie.

Delen:

Blijf altijd op de hoogte!

Lees ook: